Aan de slag met de REUZENbovist

In de herfst is het natuurgebied waarbij ik woon voor mij een waar Luilekkerland; bramen, vlierbessen, paddestoelen, hazelnoten… Ik eet mijn buikje vol en zoek naar manieren om de gevonden producten te verwerken of te conserveren.

Een paar dagen geleden vond ik tot mijn grote schrik een Reuzenbovist. Ik dacht eerst dat ik met een aantal zwerfkeien te maken had, maar inspectie van dichtbij leerde me dat het om een soort gigantische paddestoel ging. Er was aan geknaagd door allerlei bosdiertjes.

Reuzenbovist aangeknaagd door bosdiertjes...

Reuzenbovist aangeknaagd door bosdiertjes…

Thuis gekomen reageert mijn man –in tegenstelling tot zijn gewoonte– zeer geïnteresseerd wanneer ik over de reuzenpaddestoelen begin. “Die zijn eetbaar”, roept hij meteen enthousiast. “Waar heb je die gevonden?” Hij zoekt er al jaren naar sinds hij in zijn middelbare school eens een biologieles heeft gehad waarin ze er een klaar maakten, maar nooit kwam hij hem meer tegen.

Op internet ga ik meteen op zoek naar meer informatie over deze geheimzinnige paddestoel. Twee dagen later krijg ik weer de kans naar mijn geheime paddestoelenplek te gaan en een vrij gaaf exemplaar mee te nemen. Anderen zijn al vergaan of te veel aangevreten. Het ding weegt op zijn minst 4 kilo. Ik vervloek het opvallende rode boodschappentasje met witte stippen dat ik standaard in mijn camouflage rugzakje heb voor onverwachte boodschappen. Hij past erin, maar als ik de opzichter tegen kom, zal hij zeker willen weten wat ik in mijn al te opvallende en overduidelijk zware tasje heb…

Gelukkig komen we (Djengiz, mijn zwarte Engelse Cocker Spaniel) en ik niemand tegen en thuis is de Bovist een bezienswaardigheid voor iedereen. Niemand kent hem. Het zal te veel zijn om in een keer op te eten, dus ik moet er nog wat op verzinnen.

Ik lees de volgende vuistregels over het plukken en eten van wilde paddestoelen:

  • ‘als je paddestoelen vindt in de natuur, neem dan alleen mee wat je op kunt eten’
  • ‘neem geen onvolgroeide paddestoelen mee en laat er altijd een aantal staan’
  • ‘breng onderdelen van paddestoelen die je niet gebruikt, terug naar de plek waar je het hebt gevonden’
  • eet er niet te veel van in een keer, er zitten metalen in! (ik weet niet of dat waar is, maar het zijn natuurlijk wel natuuropruimers).’

Twee dagen later (ik heb hem even laten liggen om diertjes de kans te geven er vanzelf uit te gaan (wat ze niet deden), snijd ik hem aan. Ik verwijder de buitenkant en snij het zachte witte vruchtvlees in kleinere stukken. Dat bestrooi ik met zout en peper en roerbak het vervolgens in een mengsel van boter en olijfolie (niet te veel!) Vervolgens gooi ik er twee biologische eitjes bij, een scheut room en roer het nog even kort door. Dit nog smeuïge mengsel is samen met twee huisgemaakte zuurdesemboterhammen mijn ontbijt. Het is heerlijk!

Maar nu zit ik nog steeds met een gigantische paddestoel waar slechts 1 plak(je) vanaf is…

Je kunt paddestoelen inmaken (3 delen olie, 1 deel azijn en verse kruiden, paddestoelen kort blancheren) of  je kunt ze drogen, wat in sommige gevallen de smaak ten goede komt. De Reuzenbovist is een vrij natte paddestoel. Ik besluit hem te drogen omdat ik geen zin heb in bijsmaken, maar juist de pure paddestoelensmaak zo lekker vind. In de oven op de laagste stand (ongeveer 40 graden) en met de deur open om het vocht te laten ontsnappen. Het ruikt nu al een paar uur heerlijk naar paddestoel in mijn huiskamer en de stukken Reuzenbovist zijn nu aardig ingedroogd en heel licht. Zometeen zet ik de oven uit en vervolgens laat ik de stukken paddestoel nog verder drogen aan de open lucht.

De gedroogde Bovist kan ik -vermengd met andere paddestoelen- deze winter verwerken in paddestoelenragout of risotto met paddestoelen. De stukken moeten dan overgoten worden met kokend water en een half uurtje wellen. Vervolgens verwerken als vers.

Djengiz en ik maken ons nu op om een zak met afgesneden bovistresten en kleine bosdiertjes, keurig zoals is voorgeschreven, terug te brengen naar de plek waar wij het gevonden hebben…

Naschrift: ‘s Avonds verwerk ik de gedroogde stukken bovist in een gerecht met kip en rijst. Hij is veel beter van smaak als hij eerst gedroogd is… Dan komt de ‘wilde’ paddestoelensmaak echt goed naar boven…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s